Het verlies van je kindje werkt door in je leven.
Je zwangerschap eindigde. Maar het verlies en verdriet eindigden daar niet.
Misschien verloor je je kindje heel vroeg in de zwangerschap.
Misschien tijdens de zwangerschap, rond de geboorte of kort daarna.
Hoe kort of lang je ook zwanger was, het verlies kan nog iedere dag voelbaar zijn.
Niet alleen in het gemis van je kindje.
Maar ook in hoe je naar jezelf kijkt. In het vertrouwen in je lichaam. In je relatie. In een volgende zwangerschap. En misschien zelfs in de manier waarop je naar de toekomst kijkt.
Veel ouders denken dat er iets mis is met hen omdat deze gevoelens zo lang blijven. Zeker wanneer de buitenwereld weer verder lijkt te gaan. Maar de gevolgen van zwangerschapsverlies of het verlies van een kindje zijn vaak veel groter dan mensen aan de buitenkant kunnen zien.
Je vertrouwen in jezelf en je lichaam kan een flinke deuk oplopen
Na een miskraam of het verlies van je kindje gaan veel ouders twijfelen aan zichzelf.
Misschien herken je gedachten als:
“Waarom is dit gebeurd?”
“Heb ik iets gemist?”
“Had ik eerder aan de bel moeten trekken?”
“Kan mijn lichaam eigenlijk wel een gezonde zwangerschap dragen?”
Zelfs wanneer een arts of verloskundige zegt dat je niets had kunnen voorkomen, betekent dat niet automatisch dat je het ook zo voelt.
Het vertrouwen in je lichaam kan beschadigd raken. En daarmee soms ook het vertrouwen in jezelf.
Misschien herken je jezelf niet meer. Je was ooit iemand die onbevangen naar de toekomst keek. Nu voelt het alsof je voortdurend op je hoede bent. Alsof een deel van het vertrouwen waarmee je in het leven stond, is verdwenen.
De kinderwens verdwijnt niet na verlies.
Soms denken mensen dat de wens voor een nieuwe zwangerschap na verlies kleiner wordt.
In de praktijk zie ik vaak het tegenovergestelde.
Juist na een miskraam of het verlies van een kindje ontstaat er regelmatig een sterk verlangen om opnieuw zwanger te worden.
Niet omdat een nieuw kindje het overleden kindje kan vervangen.
Dat kan niemand.
Maar omdat er een leegte is ontstaan. Omdat de toekomst die je voor ogen had ineens wegviel. Omdat je zo graag verder wilt met de dromen die je had.
Dat verlangen kan verwarrend zijn.
Sommige ouders voelen zich er zelfs schuldig over. Alsof ze hun overleden kindje tekortdoen wanneer ze opnieuw hopen op een zwangerschap.
Maar verdriet en verlangen kunnen heel goed naast elkaar bestaan.
Je kunt intens rouwen om het kindje dat je verloor én verlangen naar een kindje dat nog mag komen.
Een volgende zwangerschap voelt niet meer onbevangen.
Wanneer je opnieuw zwanger bent, is er voor veel ouders iets fundamenteels verandert.
Je weet nu dat een zwangerschap niet vanzelfsprekend eindigt met een gezonde baby in je armen.
En die wetenschap neem je mee.
Misschien leef je van echo naar echo.
Controleer je jezelf bij ieder toiletbezoek of zoek je naar symptomen.
Durf je nog geen babykleertjes te kopen.
Of merk je dat je jezelf afremt zodra je blij begint te worden.
Veel ouders vertellen dat ze na iedere goede echo of controle even opgelucht zijn. Tot de volgende onzekerheid zich weer aandient.
Alsof je hoofd voortdurend op zoek blijft naar bevestiging dat het deze keer écht goed gaat.
Niet omdat je niet blij bent.
Maar omdat je hart zich geen tweede keer zo’n groot verlies kan voorstellen.
Moeite met verbinden met een volgend kindje
Sommige ouders schrikken ervan dat ze tijdens een volgende zwangerschap minder enthousiast of verbonden zijn dan ze hadden verwacht. Alsof ze niet blij zijn met hun nieuwe zwangerschap.
Ze stellen het kiezen van een naam uit.
Durven nog geen babykamer in te richten.
Of fantaseren bewust zo min mogelijk over de toekomst.
Vaak ontstaat daar direct schuldgevoel over.
“Waarom voel ik niet meer?”
“Wat zegt dit over mij als moeder of vader?”
Soms zijn ouders bezorgd dat ze minder van hun kindje gaan houden.
Maar meestal is juist het tegenovergestelde waar.
Deze afstand ontstaat vaak omdat de liefde zo groot is.
Je hart probeert zichzelf te beschermen.
Omdat het zichzelf niet nog een keer zo wil verliezen.
Schuldgevoel kent veel gezichten
Schuldgevoel is één van de meest voorkomende gevolgen van het verlies van een kindje.
Soms gaat het over wat er is gebeurd.
“Had ik iets anders moeten doen?”
“Waarom zag ik het niet eerder?”
“Heb ik signalen gemist?”
Maar schuldgevoel kan ook maanden of jaren later nog terugkomen.
Wanneer je weer kunt lachen.
Wanneer je geniet van een fijne dag.
Wanneer je verlangt naar een nieuwe zwangerschap.
Of wanneer er opnieuw een kindje geboren wordt.
Sommige ouders voelen zich dan schuldig naar hun overleden kindje.
Alsof er maar ruimte is voor één liefde tegelijk.
Terwijl liefde zich niet laat verdelen.
Misschien heb je ook gemerkt dat mensen in je omgeving het verlies anders beleven dan jij, zeker bij een miskraam. Goedbedoelde opmerkingen als “Je was nog maar kort zwanger” of “Gelukkig weet je dat je zwanger kunt worden” kunnen ervoor zorgen dat je gaat twijfelen aan je eigen verdriet.
Maar verdriet laat zich niet meten in weken zwangerschap.
Je rouwt niet alleen om wat er was.
Je rouwt ook om alles wat had kunnen zijn.
Je relatie kan onder druk komen te staan
Verlies raakt jullie allebei.
Maar vaak niet op dezelfde manier.
Waar de één behoefte heeft aan praten en samen herinneringen ophalen, probeert de ander juist door te gaan. Sommigen storten zich op hun werk. Anderen worden praktisch of trekken zich juist terug.
Geen van beide manieren is verkeerd.
Maar het verschil in coping kan ervoor zorgen dat je elkaar niet meer goed begrijpt.
Juist op het moment dat je elkaar het hardst nodig hebt.
De wereld voelt vaak minder veilig
Na een miskraam of het verlies van je kindje ontdekken veel ouders iets wat ze liever nooit hadden willen weten:
Dat het leven kwetsbaar is.
Dat het ergste soms gewoon kan gebeuren.
Dat besef kan ervoor zorgen dat je voortdurend alert blijft.
Misschien maak je je sneller zorgen wanneer je kinderen ziek zijn.
Ben je overbezorgd geworden.
Of merk je dat ontspannen simpelweg niet meer vanzelf gaat.
Dat is geen teken dat je zwak bent.
Het is een begrijpelijke reactie vanuit je zenuwstelsel dat veiligheid probeert terug te vinden.
Het hoeft niet te blijven zoals het nu voelt.
Misschien herken je jezelf in één of meerdere van deze gevolgen.
Misschien vraag je je af waarom het verlies nog steeds zoveel invloed heeft.
Of denk je dat je de enige bent die zich zo voelt.
Dat ben je niet.
Veel van deze reacties zijn een begrijpelijk gevolg van een ingrijpende ervaring.
En hoe begrijpelijk ze ook zijn, dat betekent niet dat je ermee hoeft te blijven rondlopen.
Stel je eens voor dat je weer over je kindje kunt praten zonder direct overspoeld te worden door emoties.
Dat een volgende zwangerschap niet alleen uit angst hoeft te bestaan.
Dat er weer ruimte ontstaat om te genieten, zonder schuldgevoel.
Of dat jij en je partner elkaar weer beter begrijpen.
Dat is niet hetzelfde als je kindje vergeten.
Je kindje blijft altijd onderdeel van jouw leven en jouw gezin.
Maar het verlies hoeft niet langer iedere dag op de voorgrond te staan.
Er mag, stap voor stap, weer ruimte ontstaan voor vertrouwen. Voor verbinding. En voor het leven dat verdergaat, mét jouw kindje voor altijd in je hart.